Mijn onvrijwillig verblijf in de psychiatrie: dag 28

Vandaag ben ik dus naar het OCMW geweest om een referentie adres aan te vragen. Ik dacht dat ik dat meteen zou kunnen krijgen. Blijkt dat het moet besproken worden op de OCMW-raad, die doorgaat op 21/5/2015. Over een kleine twee weken dus. Hetzelfde geldt voor de aanvraag van een uitkering. Dat wil zeggen dat ik gedurende die tijd niet veel te doen heb. Laat staan iets te schrijven.

Omdat ik pas na 21/5 over een adres beschik kan ik pas dan een bankrekening openen en mijn mobiel abonnement veranderen.

Mijn eerste prioriteit is solliciteren. Ik ken een juwelier in Aalst die een horlogemaker zoekt. Dus daar zal ik dan ook mijn pijlen op richten.

Op mijn facebook tijdlijn kwam ik een bericht tegen over ggz (geestelijke gezondheidszorg). Zeg maar psychiatrie. In het artikel lezen we dat Nederlands psychologe Masja Schakenbos er mee ophoud in de ggz. Zo schrijft de Volkskrant o.a. het volgende:

‘Voor die tijd gingen er weken en soms zelfs maanden overheen voordat we bijvoorbeeld van een kind zeiden dat hij adhd had. We spraken met het kind, met de ouders, deden een psychologisch onderzoek, haalden er een psychiater bij en observeerden het kind in de klas. Dat was lang, maar soms wel reëel.’

‘Ineens was dat anders. De verzekeraar wilde hapklare brokjes. Codes. Meetbare minuten. We konden toch best zeggen wat we precies hadden gedaan? Maar het gaat in de ggz niet om knie- of voetoperaties. De werkelijkheid is een kluwen van ingewikkeldheid, die lastig in een hapklaar modelletje te proppen valt.’

Verschillende relevante problemen of stoornissen zitten niet eens meer in het keuzemenu op de computer. ‘Eigenlijk mochten we ze daardoor niet meer vaststellen. We werden gedwongen te kijken in welk plaatje iemand paste. En niet naar de vraag: wie zit hier eigenlijk voor me? En waarvan heeft hij last?’

En even verderop:

‘Ja’, zegt haar manager. ‘Dan heet het dus een angststoornis. We kunnen hier niet gratis gaan zitten werken. Er moet gewoon een label op.’

De psychiatrie is dus één grote melkkoe voor de verzekeraars en ook wel voor de pharma industrie. En ondertussen worden alle “patiënten”, om ze zo even te omschrijven, onder controle gehouden. Er zou wel eens iemand kunnen tussen zitten die te veel weet, of die dingen weet die niet mogen geweten zijn.

Ik geef de plaatselijke psychiater hier en al haar collega’s de goede raad om het hele artikel begrijpend te lezen. Misschien dat er dan een zware euro valt. Hoop ik.

Ik heb zo het donkerbruin vermoeden dat ze in het zelfde bedje ziek is. Er moet geproduceerd worden. Bandwerk. Het voelt aan alsof ik een nummer bent. Ziet er iemand een nummer op mijn voorhoofd staan? Tot nader order ben ik nog steeds een mens. Een psychologische of zelfs een psychiatrische diagnose stellen door slecht één keer met iemand te spreken is simpelweg onmogelijk. Gaat niet. Punt. Andere lijn.

Ik wil nu toch wel eens de waarheid en niets dan de waarheid horen van die psychiater. In een persoonlijk ongedwongen gesprek. En liever niet in dat kleine kantoortje. Liever in de buitenlucht.

Ik vind dat alle psychiaters de instellingen de rug moeten toekeren. Dan gaat de directie van die instellingen zich hopelijk eens de vraag stellen: Waar zijn we in ’s wereldsnaam mee bezig. Het enige die telt is presteren, presteren en nog eens presteren. Alles voor het geld. We zijn hier verdorie bezig met mensen. Niet met producten. Productie en producten is waarop deze hele maatschappij is gebaseerd. De machthebbers (neen, dat zijn niet de politiekers) behandelen en zien ons niet als mensen maar als handelswaar. Zoals bijv een stoel of een machine. Het enige wat ze willen zijn gehoorzame robotten.

Advertenties

One thought on “Mijn onvrijwillig verblijf in de psychiatrie: dag 28”

Reacties zijn gesloten.